Blogs Boeken Artikelen

Hulpwerkwoorden? Da’s schrijven met zijwieltjes – nergens voor nodig 

Hulpwerkwoorden heb je vaak niet nodig. Het is alsof je schrijft met zijwieltjes… Jan Renkema noemde ze niet voor niets ooit betekenisverslappers. Gaan en zullen zijn populair, je ziet je vaak in zinnen waarin al een tijdsaanduiding staat. Dubbelop dus, bovendien wordt de zin voorzichtig en indirect.  

Een paar voorbeelden (uit het bericht dat de VPRO na 2026 stopt met ZomergastenVrije GeluidenHoofdzaken en De Cadeaufabriek):  

“Ook het radioprogramma Vrije Geluiden zal na 2026 verdwijnen. (…) We zullen afscheid gaan nemen van beide iconische VPRO-titels die in respectievelijk 37 jaar en 24 jaar een trouwe schare kijkers en luisteraars hebben verworven. Ook Hoofdzaken en De Cadeaufabriek zullen na volgend jaar stoppen.” 

En nu zonder hulpwerkwoorden 

“Ook het radioprogramma Vrije Geluiden verdwijnt na 2026. (…) We nemen afscheid van beide iconische VPRO-titels die in respectievelijk 37 jaar en 24 jaar een trouwe schare kijkers en luisteraars hebben verworven. Ook Hoofdzaken en De Cadeaufabriek stoppen na volgend jaar.” 

Het verschil? De zinnen zijn korter, minder voorzichtig, directer. Of was ‘voorzichtig en indirect’ de bedoeling, waren de zijwieltjes nodig om de pijn wat te verzachten? 

P.S.  Voor de liefhebbers: ‘Zinnen met het hulpwerkwoord gaan drukken vaak ook een toekomende tijd uit.’ Gaan is overigens geen hulpwerkwoord van tijd, maar een hulpwerkwoord van aspect. Zullen is een hulpwerkwoord van tijd. (Grammatica, 150 begrippen verklaard en toegelicht, Onze Taal 2016). 

P.S.S. Vlamingen zijn gek op hulpwerkwoorden.   

Genootschap Onze Taal. (2016). Grammatica: 150 begrippen verklaard en toegelicht. Genootschap Onze Taal. 

Ab ovo? In medias res is spannender

‘Pluk had een klein rood kraanwagentje. Hij reed er mee door de hele stad en zocht naar een huis om in te wonen. En dan vroeg hij aan de mensen: ‘Weet u niet een huis voor me?’

Wat een geweldige opening! Annie M.G. Schmidt kiest in Pluk van de Petteflat voor ‘in medias res’, ze begint midden in het verhaal. Veel spannender dan eerst uitleggen hoe het komt dat Pluks ouders niet in beeld zijn en waarom hij rondrijdt met een kraanwagentje.

Dat zouden meer mensen moeten doen, want als bij een uitvaart de spreker van dienst begint met ‘Jo de Jager werd geboren op 3 september 1938’ dan zak je waarschijnlijk een beetje onderuit en denk je ‘dit wordt een lange zit’. Vertel je een (levens)verhaal lineair, van A tot Z, ben je wel even bezig. De spreker moet van goeden huize komen om het boeiend te houden, en dat is niet iedereen gegeven. Deze narratieve structuur heet ‘ab ovo’ en dat is Latijn voor ‘uit het ei’.

Begin met een scène die tot de verbeelding spreekt, die laat zien wat voor persoon Jo is (of was), doe net als Annie M.G. Schmidt en kies voor ‘in medias res’, Latijn voor ‘in het midden van de zaak’.

Je kunt natuurlijk ook met het einde beginnen, ‘in ultimas res’. Maar ja, dan weet je hoe het verhaal afloopt en ga je met flashbacks terug in de tijd.

De ‘weave’ van Donald Trump

Een spreker beslist niet lineair vertelt, is Donald Trump. Zijn speeches hebben hetzelfde effect als een tijdje ronddolen op social media: het gaat alle kanten op, er zit geen lijn in. En daar is hij trots op. Geen lineair verhaal, maar een aaneenschakeling van ‘in medias res’ momenten zonder verband, die hij vervolgens ‘briljant laat samenkomen’. Die techniek noemt hij ‘weaven’ en als het aan Trump ligt, krijgt deze narratieve techniek een plaats in de retorica. Maar hoe zeg je ‘weaven’ in het Latijn?

In Taalmanieren vind je zaken die eindredacteur Aleid Bos en samensteller Dolf Weverink opvallen. We signaleren, stellen vragen en doen hier en daar een suggestie. En het is onvermijdelijk dat we er af en toe iets van vinden. Maar ja, dat is ook maar een mening…

Visualiseren en dramatiseren

Storytelling: laat zien waar je heen wilt met je project, je team

Als je laat zien wat je bedoelt, of waar je naartoe wilt met je project of team, word je vanzelf concreet, specifiek en beeldend. Helemaal als je een held opvoert in je verhaal, iemand die moeilijkheden en weerstand moet overwinnen en, met hulp van medestanders, erin slaagt om het doel te realiseren.

Storytelling dus. De adviseurs van Kinase gingen aan de slag met een verhaallijn voor hun projecten. Een narratief dat ze verbeeldden in een storyboard. Leuk om te doen, maar voor een goede basis om je opdrachtgever en je team letterlijk mee te nemen in de reis die je gaat ondernemen. ‘Letterlijk’ is grappig in deze context, waarin je vooral tekent en schetst, en weinig woorden gebruikt. ‘Ik kan niet tekenen…’ – dat hoeft ook niet, iedereen kan star people, een wolk, een pijl en alles wat je verder nodig hebt voor je storyboard tekenen.

De Masterclass Storytelling was een mooie afsluiting van het seizoen, net als de trainingen Direct Duidelijk voor de specialisten van Ruimte bij de gemeente Utrecht en de sessie Schrijfcoaching met de taalcoaches van IMG (Instituut Mijnbouwschade in Groningen).

Repartitie en bagatel – heerlijke taal van LIRA

Af en toe leent iemand een van mijn boeken uit de bibliotheek. En dan krijg je als schrijver van LIRA een vergoeding. Dubbeltjeswerk, maar toch leuk. Ook leuk is de taal die LIRA bezigt. Ja, ik schakel over op een wat deftiger register, want wat dacht je van repartitiefactuur en bagatelregeling? Met woorden als repartitie en bagatel beland ik meteen in een muzikaal-poëtische droomwereld…  Bij repartitie stel ik me voor dat we een melodietje of thema opnieuw verdelen, bijvoorbeeld over de altviolen en klarinetten. En bagatel – ja, dat is een kleinigheid, bagatelliseren is het werkwoord dat ervan is afgeleid. Een bagatelle is een klein, intiem stukje muziek. Beethoven schreef er een paar.

Terug naar LIRA – repartitie is een verdeling van de opbrengsten: ‘het gedeelte (van de leenrechtvergoeding die de openbare bibliotheken betalen) dat bestemd is voor schrijvers, vertalers en journalisten.’ Er gaat wel 7,5% af voor sociale, culturele en educatieve doelen, 4% administratiekosten en 21% btw. Ja, van schrijven word je (meestal) niet rijk. Maar het mentale inkomen is hoog. En die bagatelregeling? ‘Als in voorkomende gevallen lage bedragen worden uitgekeerd, blijft deze geautomatiseerde wij ze van berekenen de meest kostenefficiënte.’ Wie het kleine niet eert…  

Daarbij – de lompe verbinder

Ik vind ‘daarbij’ een lomp verbindingswoord. Onelegant en bovendien vaak overbodig, zeker aan het begin van een zin. Met ‘daarbij’ zeg je: ‘En wat ik nu schrijf, heeft te maken met wat je eerder las’. Terwijl het meestal volkomen duidelijk is dat de nieuwe zin voortborduurt op de eerdere. Wil je verwijzen? Dan kan dat sterker en soepeler. Een paar voorbeelden:

Binnen de gemeente werken we gericht aan diversiteit en inclusie in de stad. Daarbij is het heel belangrijk dat we weten wat er speelt. We zetten onderzoeken en surveys uit.

(…) dus is het heel belangrijk dat we weten wat er speelt

(…) daarom is het heel belangrijk dat we weten wat er speelt

LinkedIn dient allang niet meer als digitaal cv. Op het platform draait het om het delen van aantrekkelijke content. Video speelt daarbij een steeds grotere rol.

(…) aantrekkelijke content. Video speelt een steeds grotere rol.

De context maakt duidelijk dat video een steeds grotere rol speelt in die aantrekkelijke content. En wil je toch verwijzen, of verbinden, dan kan dat ook zonder daarbij

(…) aantrekkelijke content en video speelt een steeds grotere rol.

(…) aantrekkelijke content, video wordt steeds belangrijker.

(…) aantrekkelijke content; video wordt steeds belangrijker.

(…) aantrekkelijke content, en video is daar een belangrijk onderdeel van.

Hij maakte een fout en nam daarbij alle verantwoordelijkheid op zich.

(…) en nam alle verantwoordelijkheid op zich.

[Voor de liefhebbers: ‘en’ na de komma? Ja, dat kan, sla Renkema er maar op na: Renkema, J. (202). Schrijfwijzer. Boom, blz. 478. Daarbij is een voornaamwoordelijk bijwoord.]

Van Onderwerp/subject naar Kopregel

Als je nu eens van ‘Onderwerp’ of ‘Subject’ een KOP maakt… dan weet de lezer gebruiker meteen wat de bedoeling of boodschap is.

Dus in plaats van ‘Reiskostenvergoeding gebruik eigen vervoersmiddelen najaar’ staat er ‘Vanaf 1 september € 0,27 per km als je met eigen vervoer reist’.

En ‘Indiening capaciteitsraming projecten najaar’ wordt ‘Laat voor 1 juli weten hoeveel uren je begroot voor jouw projecten’. Veel duidelijker, je gebruiker weet meteen wat hij, zij of hun moet doen.

Je spreekt je lezer direct aan, dat is duidelijk en ook nog eens dialogisch. Dus, ontwerpers van e-mailtemplates en nota- en memoformats: probeer het eens, ‘Kopregel’ in plaats van ‘Onderwerp’.

Je nodigt gebruikers op die manier uit om meteen duidelijk te zijn en je voorkomt procestaal. Je kent ze wel, de nominaaltjes, zelfstandige naamwoorden die eindigen op –ing, -atie en –ering. Daar wordt niemand blij van.

 In Taalmanieren vind je zaken die samensteller Dolf Weverink opvallen. Dolf signaleert, stelt vragen, legt een taalkwestie soms voor aan eindredacteur Aleid Bos, en doet hier en daar een suggestie. En het is onvermijdelijk dat hij er af en toe iets van vindt. Daar kan ieder dan weer zijn voordeel mee doen.

SAMMY van Ramses Shaffy: VdL132

Nico van der Linden speelt, Dolf Weverink presenteert De Klassieken. Maar dat doet Ab Nieuwdorp toch altijd? Ja, maar nu even niet. Het gaat allemaal om de VdL-nummers van de liedjes van Ramses Shaffy.

Dolf leest het eerste hoofdstuk van Dan Niet, het debuut van Margriet Veldhuis

Angeiler!

“Goed, maken we nu een serie Ankeilers om lezers naar jullie verhalen te trekken,” zeg ik halverwege het content café met het team van Bouwstenen voor Sociaal. Ankeilers? Dat zijn aantrekkelijke en uitnodigende zinnetjes. Want hoe leuk je content ook is, je moet de lezers op gebruikers wel uitnodigen en op het spoor zetten.

Honoré kijkt me vragend aan. Je bedoel Angeilers? Met een g?

Nou, ik bedoelde toch echt Ankeilers, maar ik vind deze variant wel heel leuk. Affengeil zelfs. Die houden we erin. Angeilers dus, met dank aan Honoré.

In mijn Van Dale D-N vind ik ‘ankeilen – aanklampen, aanspreken, lastigvallen. Maar Ankeiler staat er niet in. Angeiler ook niet. Nog niet.

Ondertussen, in Van Dale: ‘ankeiler: (1) tot lezen uitnodigende tekst op de voorpagina van een krant of een tijdschrift, of op een homepage, var. aankeiler (2) leader, var. aankeiler [Duits: Ankeiler]

Drie schrijvers op nummer 29

AMSTELVEEN Aan de Bovenkerkerkade in Amstelveen wonen drie schrijvers op één huisnummer: Jim Reekers op nummer 29, Mineke Schipper op 29A en Dolf Weverink op 29D. Is het toeval dat de drie (bijna) naast elkaar wonen, of heeft de Bovenkerkerkade in Amstelveen iets bijzonders?

JIM REEKERS

Jim Reekers staat met zijn boek De medische omerta, dat verscheen bij uitgeverij De Arbeiderspers, landelijk in de belangstelling. ‘De zorg is moreel failliet,’ is een uitspraak waarmee oud-hoogleraar en interventieradioloog Reekers de medische wereld wil opschudden. Zwijgcultuur en belangenverstrengeling, horen, zien en zwijgen – Jim Reekers doet een boekje open.

MINEKE SCHIPPER

Op 29a woont Mineke Schipper. Zij is ook een oud-hoogleraar, maar dan op een heel ander vakgebied: interculturele literatuurwetenschap. Ze schreef drie romans en haar 24ste non-fictie boek Weduwen -Een nooit vertelde geschiedenis verscheen dit voorjaar. Minekes werk is vertaald in onder meer het Engels, Chinees en Arabisch. Ze geeft over de hele wereld lezingen.

DOLF WEVERINK

Drie deuren verder vinden we Dolf Weverink, auteur van Lola en de rode ballen – tips voor schrijfcoaches en schrijftrainers. en Schrijven met lef en liefde. Bovendien runt hij met zijn partner Mariët van den Berg Leporello Uitgevers, de uitgeverij die ook ‘Humanity’s End As A New Beginning – World Disasters in Myths’ uitgaf. Voor dit boek verzamelde Mineke Schipper de oude mythen (en ze schreef het essay), de mythen inspireerden de Japans-Amerikaanse kunstenaar Yuriko Yamaguchi tot 30 kunstwerken over het Einde.

MOOIE GESPREKKEN

Wat is het geheim van de Bovenkerkerkade? De numerologie zegt over het getal 29 dat het verbonden is met mensen die voortdurend bezig zijn zichzelf te verbeteren, die nieuwe dingen willen leren. Of is het gewoon toeval? Hoe het ook zij – het levert behalve een leuk plaatje ook mooie gesprekken op. 

EIGEN PLEK IN LOKALE BOEKHANDELS

‘Een eigen hoekje in de Amstelveense boekhandels zou mooi zijn’ zeggen de drie. Met plaats voor de boeken van het drietal van nummer 29 en andere Amstelveense schrijvers, zoals Jacobine van der Hoek, auteur van De roos van Napoleon. ‘Nu maar hopen dat Remco Houtepen van Libris Venstra en Rob Kuyper van Boekhandel Blankevoort meelezen.’

[Ik stuurde deze tekst + foto naar onze lokale krant en ze vonden het blijkbaar een aardig bericht, want we zagen onszelf terug in het Amstelveens Nieuwsblad.]

Schrijven met lef en liefde in Onze Taal

Leuk hoor: Japke D. en Lola en de rode ballen samen in een hoekje van Onze Taal.